FWG - Functiewaardering - Checklist

Checklist

Een functiebeschrijving voor FWG geeft een helder en volledig beeld van de functie rondom het moment van beschrijven. Cao-partijen hebben voor de beschrijvingen kwaliteitseisen vastgelegd. Op deze pagina vindt u de checklist functiebeschrijvingen.

In een functiebeschrijving komen de volgende punten aan bod:

  • Actualiteit
  • Plaats in de organisatie
  • Kern van de functie
  • Taken/resultaten
  • Toelichting per FWG-gezichtspunt

Actualiteit
De functiebeschrijving moet actueel zijn. Voor de invoering van FWG is per branche door cao-partijen een datum afgesproken. Zie hiervoor de cao van de betreffende branche.

Bij herindeling van een functie geldt de tussen werkgever en werknemer overeengekomen datum.

Plaats in de organisatie
Functies staan niet op zichzelf maar hebben relaties met andere functies in de organisatie. Een functiebeschrijving moet daarom heldere informatie bieden over de kern of het doel van de functie binnen de organisatie. Dit deel van de functiebeschrijving zal de lezer snel duidelijk moeten maken welke functie beschreven wordt. Van wie wordt leiding ontvangen, welke soort leiding is dat, aan wie wordt leiding gegeven, met wie wordt samengewerkt, et cetera.

Kern van de functie
Maatgevend voor FWG zijn de actuele werkzaamheden die feitelijk verricht worden, en niet eventuele opvattingen binnen beroepsgroepen (beroepsprofielen) of wensen binnen de organisatie over hoe de functie in de toekomst vorm zou moeten krijgen. Taken die in het verleden zijn verricht en nu niet meer tot de functie behoren, worden niet in de functiebeschrijving opgenomen.

Een kenmerk van een functie is dat werkzaamheden in een bepaalde periode rondom de afgesproken datum daadwerkelijk regelmatig en herkenbaar voorkomen. Eenmalige, incidentele en/of min of meer toevallig voorkomende werkzaamheden of werkomstandigheden worden daarom niet opgenomen in een functiebeschrijving.

Het beschrijven en waarderen van de functie moet los gezien worden van de persoon die de functie uitoefent. Een functie heeft een gegeven zwaarte door het takenpakket waaruit het bestaat en de eisen die dit aan de functionaris stelt. Er wordt niet gekeken of de functionaris goed of minder goed aan de gestelde eisen voldoet. Kortom, niet het functioneren, maar de functie wordt beschreven en gewaardeerd! Een functiebeschrijving bevat dus nooit meningen, visies of wensen, maar uitsluitend controleerbare feiten en gegevens. Dit betekent concreet dat er geen kwalificaties worden gegeven zoals 'grote afdeling', 'complexe werkzaamheden' en 'veel', maar concrete informatie zoals '25 medewerkers/20 fte', '10 tot 15 keer per maand', et cetera.

Taken en resultaten
Het aantal hoofdtaken/resultaten van een functie ligt in het algemeen tussen de drie en acht. Als het waarnemen van taken van andere functionarissen structureel en regelmatig in de functie voorkomt, kan dit tevens onder deze rubriek worden aangegeven. De hoofdtaken/resultaten dienen kort, helder en informatief beschreven te worden. De belangrijkste hoofdtaken/te bereiken resultaten moeten als eerste genoemd worden. Deze taken/resultaten maken deel uit van de kernfunctie.

Toelichting per FWG-gezichtspunt
Met FWG 3.0 worden de functie-eisen vanuit negen verschillende gezichtspunten gewaardeerd. Daarom is het belangrijk om waar nodig in de functiebeschrijving een toelichting te geven per gezichtspunt.

  • Kennis
  • Zelfstandigheid
  • Sociale vaardigheden
  • Risico's, verantwoordelijkheden en invloed
  • Uitdrukkingsvaardigheid
  • Bewegingsvaardigheid
  • Oplettendheid
  • Overige functie-eisen
  • Inconveniënten

Kennis
De mate waarin het kennen en begrijpen van feiten en gegevens en de onderlinge samenhang daartussen van belang zijn in de functie.

Het gaat in dit gezichtspunt om de voor de functie noodzakelijke kennis. Het gegeven of een functionaris al dan niet een diploma heeft is daarbij niet van belang (functies hebben geen diploma). Ook eventuele wettelijke bepalingen met betrekking tot bevoegdheden spelen bij functiewaardering geen rol.

Zelfstandigheid
De mate waarin in de functie problemen moeten worden opgelost, in relatie tot:

  • de aan de functionaris gegeven vrijheden en bevoegdheden en
  • de aan de functionaris opgedragen verantwoordelijkheden voor het overwegen en handelen dat nodig is om deze problemen tot een oplossing te brengen.

Er is pas sprake van zelfstandigheid indien er problemen moeten worden opgelost. Er is sprake van een probleem indien er meer goede oplossingen zijn en er dus een keuze gemaakt moet en mag worden. Indien er maar een oplossing is of indien er voor een bepaalde oplossing gekozen moet worden (zo doen wij dat hier) ten gevolge van voorschriften of gebruiken is er sprake van toepassen van kennis en niet van zelfstandigheid

Sociale vaardigheden
De mate waarin de functie vereist dat de functionaris verhoudingen tussen (groepen) mensen kan doorzien, de eigen positie en houding weet te bepalen, te handhaven en/of aan te passen, alsmede over de vaardigheid beschikt effectieve relaties met en tussen (groepen) mensen te leggen en te onderhouden.

Risico's, verantwoordelijkheden en invloed
De mate van verantwoordelijkheid en invloed die aan de functie-uitoefening is verbonden en de grootte van de kans dat de functionaris het eindresultaat zal beïnvloeden.

Het gaat bij dit gezichtspunt om de grootte van:

  • de invloed op respectievelijk de verantwoording voor het functioneren van de instelling;
  • de kans dat de functionaris bij het normaal uitoefenen van de functie dit functioneren beïnvloedt.

Uitdrukkingsvaardigheid
Het vermogen om kennis, inzicht of gevoel op een voor anderen begrijpelijke wijze vorm te geven.

Het gaat onder meer om:

  • de aard van de onderwerpen waarover men communiceert;
  • de wijze waarop men zich moet kunnen uitdrukken (duidelijkheid en stilering);
  • de tijd die beschikbaar is (direct moeten reageren of rustig de tijd hebben);
  •  niveau, aard en omvang van het publiek, waarvoor de informatie bestemd is. Bekendheid van de ontvanger met de materie;
  • het benutten van de mogelijkheden die bestaan om zich begrijpelijk uit te drukken.

Bewegingsvaardigheid
De vaardigheid om de in de functie vereiste lichaamsbewegingen beheerst uit te voeren.

Het gaat onder meer om:

  • de aard van de bewegingen, zoals de gecompliceerdheid van de bewegingen;
  • de aan de beweging gestelde eisen, zoals snelheid en nauwkeurigheid.

Oplettendheid
De mate waarin aandacht voor en opmerkzaamheid in het werk moeten worden opgebracht.

Het gaat om de mate van oplettendheid, de duur en de frequentie ervan. Daarnaast gaat het ook om de factoren die de oplettendheid bemoeilijken.

Overige functie-eisen
De mate waarin de functie aan de functionaris bijzondere eisen oplegt ten aanzien van persoonlijke eigenschappen.

Het gaat om eisen met betrekking tot de persoonlijke eigenschappen die voor de functie van belang zijn en niet (in een andere vorm) in de andere gezichtspunten naar voren komen.

Inconveniënten
De mate, de intensiteit, de duur en de frequentie waarin de te verrichten werkzaamheden een bezwarend karakter kennen ten aanzien van de fysieke belasting, de psychische belasting, de werkomgeving en het risico op persoonlijk letsel.

Het gaat hierbij om:

  • fysieke belasting
  • psychische belasting
  • bezwarende werkomstandigheden