Energieke jaargesprekken in het Deventer Ziekenhuis

De jaarlijkse gesprekken werken niet meer, we hebben de standaardformulieren wel gezien, ze leveren niets nieuws op. Dat was de boodschap die HR van het Deventer Ziekenhuis kreeg over de traditionele jaargesprekken. Van leidinggevenden én medewerkers. En dus ging een werkgroep – met leidinggevenden en HR - aan de slag met een andere vorm. In nauw overleg met medewerkers en de OR.

FIT-gesprekken

Het resultaat is er sinds juni van dit jaar: zogenoemde FIT-gesprekken. FIT staat voor Functieontwikkeling, Inzetbaarheid en Talent. ‘FIT-gesprekken gaan niet zozeer over functioneren, maar veel meer over werkplezier en talent’, legt projectleider Nienke Hofste uit. ‘Je praat vanuit oprechte aandacht, over onderwerpen die ertoe doen. Daarmee dragen de gesprekken bij aan betekenisvol werk. Dat geeft werkplezier.’

Verantwoordelijkheid

De gesprekken zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van medewerker en leidinggevende. Ze worden gevoerd op initiatief van de medewerker en de onderwerpen staan vrij. ‘De gesprekken zijn geen afvinklijstjes. Niks moet, alles mag.’ Die vrijheid betekent niet hetzelfde als zomaar wat doen. Medewerkers en leidinggevenden maken gebruik van een toolbox met testen, tips voor gespreksvoering én mogelijke gespreksonderwerpen. ‘De toolbox inspireert en motiveert om er actief mee aan de slag te gaan.’

Nieuwe manier
De nieuwe manier van gesprekken voeren, wordt daarnaast ondersteund door een digitale workflow. Uit elke stap komt automatisch een vervolgstap. Van de voorbereiding tot de gespreksvastlegging. Of dat nu in tekst of in beeld is.

Meer energie

De reacties zijn heel enthousiast. ‘Medewerkers en leidinggevenden geven aan dat ze energie krijgen van de nieuwe manier van gesprekken voeren. En soms is het spannend, omdat vooral leidinggevenden minder grip hebben. Daar praten we dan over.’ Net zoals over deze nieuwe manier van gesprekken voeren in het algemeen. ‘Het is een continue ontwikkeling. We evalueren steeds, kijken wat er beter kan, en doen dat.’